Veel gestelde vragen

Uiteraard met de juiste antwoorden

Soms horen we van mensen dat ze er vanuit gaan dat de Dierenambulance wel ruim in z’n vrijwilligers zal zitten, en dat ze zich daarom niet aanmelden. Of dat ze niet de juiste opleiding ervoor hebben.

Mis, helemaal mis.

Het aantal vrijwilligers neemt dan weer toe en dan weer af. Soms is het aantal erg laag, zodat vrijwilligers meerdere diensten moeten draaien. Dat is erg belastend, en daarom zijn we altijd op zoek naar gemotiveerde mensen voor meerdere soorten werk: chauffeur, bijrijder, centralist.

Normaal gesproken is elke vrijwilliger zeer gewenst. En de benodigde kennis proberen we “on-the-job” bij te brengen. Wel is erg belangrijk dat u beseft dat het werken bij de dierenambulance vrijwillig maar niet vrijblijvend is. Dus de belangrijkste kwaliteiten die u kunt inbrengen zijn beschikbare tijd (minimaal 1 dienst per week) en motivatie!

Dat is inderdaad een opmerking die we regelmatig horen. Blijkbaar leeft bij de mensen het idee dat dit werk niets kost. Het enige waar we niets aan uitgeven zijn personeelsvergoedingen. Alle vrijwilligers zijn dat in de ware zin des woords: vrijwillig en voor niets.

We maken echter veel kosten.

Allereerst is daar de ambulance zelf. Onderhoudskosten, benzinekosten en afschrijvingen. Maar we hebben natuurlijk ook te maken met reserveringen voor een nieuwe ambulance over enkele jaren.

Verder hebben we kosten van materieel, EHBO-materialen, drukwerk, enz.

Omdat het werkgebied van Dierenambulance Vianen vrij groot is. Vandaar dat het weleens langer dan een half uur kan duren voordat we ter plaatse zijn.

Wij vragen u daarom een “gewonde” vogel in een doosje te doen en een hond aan te lijnen en een kat ergens op te sluiten voordat wij komen.

Vaak rijden we kilometers voor niets en u begrijpt dat dat ten koste kan gaan van andere dieren.

Natuurlijk ligt dit aan de omstandigheden, maar vaak zijn zelfs aangereden honden of katten onvindbaar als we aankomen en er niemand bij is gebleven.

Veel dieren zoeken direct een veilige verstopplaats als ze gewond zijn.

Als de kat niet ziek, gewond of uitgemergeld is, kunt u deze het best met rust laten. Meestal heeft de kat een eigenaar die in de buurt woont.

Voer de kat niet, want anders blijft hij of zij terugkomen.

In het algemeen kun je stellen dat er in ieder geval altijd gereden wordt als er een dier ‘in nood’ is, het maakt in dit geval niet uit of het een huisdier of een wild dier is.

Voorbeelden van dieren in nood zijn:

Aangereden honden, katten of gewonde wilde dieren.

Dit kan dus variëren van een aangereden hond of kat tot een in het prikkeldraad vastzittende zwaan of vogels met bijvoorbeeld een gebroken vleugel of anderszins gewond.

We rijden ook voor dode huisdieren (zie de vraag over het rijden voor dode dieren)

Onder zwerfdieren verstaan wij loslopende huisdieren.

In principe wordt er voor loslopende honden gereden. Wel vragen we altijd aan de melder om de hond te vangen, zodat hij niet meer kan vluchten en wij dus niet voor niks rijden. Ook vragen we of u de hond een paar uur wilt vasthouden in tuin, schuur of huis (als dit mogelijk is) om de eigenaar de kans te geven de hond snel en zonder kosten terug te vinden. De eigenaar is meestal al aan het zoeken en woont meestal in de buurt. Mocht de eigenaar na een paar uur niet bekend zijn, dan komen wij het dier gratis bij u ophalen en brengen wij het naar het asiel.

Ook voor alle andere loslopende huisdieren wordt gereden, ook als ze niet gewond zijn, want deze kunnen niet op straat overleven. Het betreft bijvoorbeeld: tamme konijnen, fretten, cavia’s, papegaaien, kanaries, parkieten, enz.

Loslopende katten zijn niet per definitie huisdieren. We onderscheiden hier huisdieren en wilde/verwilderde dieren. In principe rijden we alleen voor deze dieren als ze ziek of gewond zijn. Aan een kat kun je namelijk niet zien of ie een eigenaar heeft, en we kunnen natuurlijk niet zomaar een kat van iemand meenemen.

Bij overlast van wilde/verwilderde zwerfkatten kunnen we alleen rijden als er akkoord is van de gemeente en het plaatselijke asiel om de dieren te vangen. Dit gebeurt met vangkooien.

Natuurlijk ligt dit aan de omstandigheden, maar vaak zijn zelfs aangereden honden of katten onvindbaar als we aankomen en er niemand bij is gebleven.

Veel dieren zoeken direct een veilige verstopplaats als ze gewond zijn.

Voor dode huisdieren (dieren waar een eigenaar bij hoort) wordt uitgereden, behalve in de gemeente Gorinchem. In Gorinchem haalt Waardlanden alle dode dieren op,  de dierenambulance rijdt alleen in opdracht van de politie voor deze gemeente.

Er wordt gecheckt of het dode dier gechipt en geregistreerd is. Als dit niet het geval is, wordt geprobeerd de eigenaar op een andere manier te achterhalen, zodat deze weet wat er met zijn dier is gebeurd en kan aangeven wat zijn wensen zijn.

Voor dode inheemse dieren wordt alleen in de gemeente Vianen uitgereden. In de overige gemeenten kunt u hiervoor contact opnemen met de gemeente.

Veel jonge vogels, zoals merels, worden kaal en hulpeloos geboren. De eerste paar weken blijven ze in het veilige nest. De volgende fase speelt zich af buiten dat nest: Ze zitten dan al aardig in de veren, maar kunnen nog niet vliegen.

Ze springen en fladderen wat rond en worden door de oudervogels verzorgd en zo goed mogelijk beschermd. Als er gevaar dreigt waarschuwen de oudervogels het jong met hun alarmkreten. Een kritieke periode voor deze vogeltjes, want het gevaar loert overal.

Het kost onze centralisten vaak veel moeite de mensen ervan te overtuigen dat het hier gaat om een natuurlijk proces waarmee u zich zo weinig mogelijk zou moeten bemoeien. De uiteindelijke overlevingskansen in de natuur van de schijnbaar hulpbehoevende vogel nemen zeker niet toe door een vogel uit zijn omgeving te halen en verder met de hand groot te brengen.

Dreigende gevaren, zoals katten, zijn even van de baan, maar keren bij het terugplaatsen in de natuur in verhevigde mate terug. De vogel mist dan nl. de onmisbare opvoeding van zijn ouders. Alleen een vogel die van zijn ouders heeft leren omgaan met alle gevaren en de aanwezige voedselbronnen weet te vinden, heeft een redelijke kans volwassen te worden.

Jonge uilen, die al wel kunnen klimmen, maar nog niet vliegen, zitten soms overdag schijnbaar hulpeloos op een tak in het bos. Niets aan de hand; moederuil zit te genieten van haar dagrust, maar ze houdt haar kroost perfect in de gaten.

Zet de jonge vogeltjes meteen terug in het nest, dan maken ze nog een kans om te overleven.

Als je het nest niet zo snel kunt vinden is het noodzakelijk de vogeltjes warm te houden door ze bv. te leggen op een kruik die omwikkeld is met een handdoek, zodat de vogeltjes zich niet kunnen branden.

Dit is niet aan te bevelen, maar als het echt niet anders kan en voor een korte periode zou dit kunnen, mits u een raampje op een kier open laat staan en uw dier drinkwater heeft.

Maar let op: bij mooi zomerweer is de auto een gevaarlijke plek voor uw dier. Bij buitentemperaturen boven de 20 ℃ loopt de temperatuur in de auto al snel gevaarlijk hoog op (Zie onderstaande tabel).

Temperatuur buitenTemperatuur in de auto na 10 minutenTemperatuur in de auto na 30 minuten
21 ℃31 ℃40 ℃
24 ℃34 ℃43 ℃
27 ℃37 ℃45 ℃
30 ℃40 ℃48 ℃
32 ℃43 ℃51 ℃
35 ℃45 ℃54 ℃
Dat kan, maar let op bij hogere buitentemperaturen. De voetzolen van een hond kunnen snel verbranden! Druk eerst de achterkant van je hand 10 seconden tegen het asfalt om te kijken hoe heet het al voor jou voelt. Beslis daarna pas of het niet te heet is voor je hond.

Temperatuur buitenTemperatuur asfalt
25 ℃51,6 ℃
30 ℃57,2 ℃
30,5 ℃61,7 ℃

(Bij een temperatuur van 55 ℃ kun je binnen 5 minuten een eitje bakken)